Mist covering the Golden Gate bridge

De mythe onthuld…

Oppervlakte-desinfectie aan de hand van verneveling met waterstofperoxide (H2O2): haast onmiddellijk domineren gedachten en standpunten zoals “tijdrovend” en “omslachtig” de toon. Verkeerdelijk zo blijkt…

Aan welke hindernissen denkt u wanneer dit topic aangesneden wordt?

Het afplakken van kieren, de tijd die nodig is vooraleer de te desinfecteren kamer weer vrijgegeven wordt, materiaalcompatibiliteit, de handzaamheid van het toestel, …

Fictie versus realiteit

Het resultaat van de eigenlijke desinfectie wordt steeds bepaald door de samenwerking tussen het middel en het toestel. Net op dit punt van synergie kan de jongste jaren een sterke (r)evolutie waargenomen worden.

Het wordt stilaan tijd om de vandaag nog altijd overheersende sluier van verkeerde percepties rond deze vorm van oppervlakte-desinfectie voorgoed op te lichten.

Elementen die effectief het verschil maken

  • De gehanteerde technologie:

Warme versus koude verneveling
Bij een warme verneveling wordt het middel tijdens de verneveling verwarmd, ook wel “geïoniseerd” genoemd. Ionisatie versterkt de aantrekkingskracht tussen de druppel van het actieve bestanddeel (desinfectiemiddel) enerzijds en de oppervlakte anderzijds.

Dit principe resulteert in een hogere effectiviteit, hetgeen op haar beurt toelaat lagere concentraties te hanteren. Bijkomend gevolg: economisch voordeliger en een snellere vrijgave van de ruimte.

De grootte van de druppel
De druppelgrootte is van belang in het kader van de compatibiliteit en de effectiviteit van de verneveling. Zo beschikken druppels met een grootte van 5 micron (niet te zien met het blote oog) over enkele interessante eigenschappen. De druppel spat bij een dergelijke grootte niet open bij contact met een oppervlak, waardoor condensatie voorkomen wordt. Hoe kleiner de partikel, hoe lichter in gewicht en dus hoe makkelijker deze zich verspreid in de ruimte met minimale schaduwvorming tot gevolg.

Om een kleine druppel te creëren wordt het venturi systeem aanbevolen. Hierbij zorgt een turbine voor de creatie van negatieve druk waardoor het desinfectiemiddel aangezogen wordt. Compressoren -andere systemen- duwen het middel dan weer onder overdruk in de ruimte, met grotere druppels als gevolg.

  • Handzaamheid:

Een niet te onderschatten onderdeel van het gehele proces schuilt in de mate van inzetbaarheid ervan. Een beknopte instructiefiche en/of procedure voor de eindgebruiker wordt steeds aanbevolen.

De handzaamheid wordt alleen maar gunstig beïnvloed wanneer men over een compact en licht toestel beschikt dat de desinfectie voor haar rekening neemt. Het proces zelf wordt best herleid tot slechts 2 acties:

1. Het instellen van het concentratievolume van de ruimte;
2. Het moment van opstart.

  • Validatie:

Het is uiteraard goed om over een geslaagd desinfectieproces te beschikken. Maar wat ben je met desinfectie als het proces niet meetbaar en dus ook niet valideerbaar is?

Om hieraan tegemoet te komen kan een logger ingezet worden die kritische parameters bijhoudt zoals de hoeveelheid H2O2 in ppm, de luchtvochtigheid en de temperatuur. Deze logger biedt bovendien een grafische weergave van de effectiviteit van de desinfectie, garandeert de veiligheid bij de vrijgave van de te behandelen ruimte, en brengt de herhaalbare processen in kaart.

  • Setting van de ruimte:

De te desinfecteren setting bepaalt de aangewezen technologie. Zo wordt in ideale omstandigheden aanbevolen om warme verneveling te combineren met een venturi verneveltechniek.

Zo laat de hogere effectiviteit toe om -zoals eerder reeds aangehaald- met een lagere concentratie H2O2 te werk te gaan.

Bij lagere concentraties hoeft men tot slot geen deuren en kieren af te plakken en zal de behandelde ruimte bovendien relatief snel vrijgegeven kunnen worden.

Afhankelijk van het type micro-organisme waarop men een curatieve behandeling wenst toe te passen, zal de vrijgave van de ruimte al na 1 tot 3 uur na opstart van het toestel plaatsvinden.